Archeologie onder druk: Is behoud in situ mogelijk onder ophogingen?

Luc Hans Huisman, Dominique Ngan-Tillard

Research output: Contribution to journalArticleProfessional

Abstract

In situ behouden of toch niet? Die vraag ligt tegenwoordig aan de basis van de meeste beslissingen als gaat worden gebouwd op een archeologische vindplaats. Een afweging moet worden gemaakt: kan de bouw zodanig worden uitgevoerd dat de archeologische resten er zonder veel kleerscheuren vanaf komen? Dan is behoud in situ haalbaar. Of zal de vindplaats hoe dan ook ernstig worden beschadigd? Dan zal er toch moeten worden opgegraven. Om die afweging te kunnen maken, moet duidelijk zijn welke schade er ontstaat aan een vindplaats bij verschillende bouwactiviteiten. Ondertussen blijft Nederland bouwen. Een aantrekkende economie en een groeiende bevolking vragen om vervanging van gebouwen, nieuwbouw en aanleg of uitbreiding van infrastructuur. En telkens moet worden gekozen tussen behoud in situ en opgraven. Bij grote bouw- en infrastructurele projecten wordt vaak een laag grond aangebracht op het maaiveld. Het gewicht van deze laag verhoogt de druk op de bodem. Dit heeft mogelijk ernstige implicaties voor behoud in situ van archeologie. Daarom is men vaak terughoudend bij het toestaan van ophogingen op vindplaatsen. Maar is het wel nodig om zo voorzichtig te zijn?
Original languageEnglish
Pages (from-to)2-9
JournalArcheologie in Nederland
Volume3
Issue number1
Publication statusPublished - 2019

Cite this